Course Details

Dutch language learning Intensive
Intensive A2/B1-B1 II
Last Update:

May 17, 2022

Review:
0(0)

About Course

Course Start:

On your way to B1, you already know a great deal of vocabulary. All spoken and written texts have increased in length and difficulty. Besides that, you can adapt many grammatical and syntactical structures into your language practise: You are the witness of your progress, by using the formal syntax, conjunctions, adverbs etc. All this comes with a lot of rehearsing and the practical use in spoken communication. Because of the quantity of texts, vocabulary and the necessary processing time, we offer you the A2-B1 route in two steps. This is the second one.

As stated before, you’ll have many conversations, because OnlineLingoAcademy considers this to be the key to your progress in language skills. You gradually develop your performance in Dutch to the level of ‘independent language user’. Your teacher supports you all the way. More and more you will experience pleasure in your effective performance of Dutch.

Duration

This is a 4 weeks-course with 2 lessons of 2 hours every week. Total meetings 15 hours

The lessons in a small group are limited to 8 course members, on Monday and Friday

Nominal time-investment

At least 30 hours of studying time is recommended for rehearsing, training, conversations and general homework.

Test your level

20

A2 Test

Would you like t know your current Dutch language level? Push the button below. You’ll receive feedback ( free of charge) on the result and an advisory suggestion about wich language level suits you best.

1 / 25

Vul in:

 ´hebben´ of ´zijn´ en ´beginnen´

De scholen (   ) al weer (   ).     

2 / 25

Vul in:

‘hebben’ of ‘zijn’  en ‘betalen’

 Onze vriend (     ) alles voor ons (     ). 

3 / 25

Vul in:

‘hebben’ of ‘zijn’ + ‘wonen’ 

 Deze mensen ( ) hier altijd ( ).  

4 / 25

 Vul in:

‘hebben’ of ‘zijn’ + ‘lopen’

De wandelaars ( ) van hun huis naar de zee ( ).  

5 / 25

Vul in:

‘hebben’ of ‘zijn’  + ‘zien’

Onderweg ( ) ze veel vogels ( ).

6 / 25

Vul in:

‘hebben” of ‘zijn’  +  ‘zijn‘

Het (     ) een heerlijke dag (     ).

7 / 25

Vul de juiste vorm in:

 'werken'

Rosa-Maria (   ) gisteren tot half 10.  

8 / 25

Vul de juiste vorm in:

'mogen'

Vroeger (   ) de kinderen hier buiten spelen. 

9 / 25

Vul de juiste vorm in:

 'slapen' 

Ze ( ) daar toen maar een nacht.

10 / 25

Vul de juiste vorm in:

'beginnen'

Het feest ( ) om 20.00 uur. 

11 / 25

Vul de juiste vorm in:

'zijn' 

Iedereen ( ) al daar.

12 / 25

Vul de juiste vorm in:

'kennen' 

We (   ) bijna iedereen op het feest.

13 / 25

Maak de zin af:

Zij gaat naar de stad en ( ).

14 / 25

Maak de zin af:

Jij moet nu komen, want (   ).

15 / 25

Maak de zin af:

Drinkt U koffie of (  )?

16 / 25

Maak de zin af:

Hans helpt ons het meeste, als ( ).

17 / 25

Maak de zinnen af ( 6x2 punten)

 Deze mensen eten al lekker, terwijl wij ( )

18 / 25

Maak de zin af:

Marie was 12 jaar, toen ( ).

19 / 25

Vul in:

‘Het’ of ‘er’ 

( ) kost veel tijd, om te studeren;
( ) is geen twijfel;
We hebben ( ) gezien;
( ) moet vandaag iets gebeuren.

20 / 25

Beloof iets! Gebruik deze woorden:

  'morgen; wij; helpen; zullen'

21 / 25

Beloof iets! Gebruik deze woorden:

 'doen; ik; boodschappen; zullen'

22 / 25

Beloof iets!  Gebruik deze woorden:

'zullen; ik; koken; morgen'

23 / 25

Welke zin is correct?

24 / 25

Welke zin is correct?

  

25 / 25

Welke zin is correct?

Your score is

Show More

What Will You Learn?

  • Ik kan :
  • de belangrijkste punten in een gesprek tussen anderen volgen en zelf iets (be)schrijven en zeggen over het onderwerp;
  • de belangrijkste informatie uit eenvoudig geschreven artikelen halen en daar kort iets over zeggen;
  • een eenvoudig sollicitatie- of kennismakingsgesprek voeren en jezelf presenteren;
  • een brief of e-mail schrijven over persoonlijke dingen, je eigen geschiedenis, je wensen e.d.;
  • de meeste besproken thema’s van een verslaggeving via radio, t.v. of internet volgen en deze kort weergeven;
  • schriftelijk in hoofdzaken en met bepalende details weergeven, hoe je je voelt, wat er ergens gebeurd is, wat je daarvan vindt en wat dat voor anderen kan betekenen;
  • de meest voorkomende conjuncties, werkwoordtijden en – toepassingen, de notie ‘er’ en het gebruik, het relatief pronomen en de passieve vorm redelijk soepel gebruiken, waarbij inversie en de woordvolgorde nagenoeg volledig beheerst worden.
245.00
  • Teacher
    Raphael Vossen
  • Language
    Dutch

Payment :

img

Textbook not included

  • Book: ‘Nederlands in Actie A2-B1’ - ISBN: 9 789046 902981