Course Details

Last Update:

April 14, 2022

Review:
0(0)

About Course

Course Start:

You are able to use Dutch independently and you are likely to find linguistic solutions in most circumstances. You are aware of a variation of means to express yourself freely, to ask for further details, to agree or disagree on different topics. You can read any newspaper or variety of books of average difficulty, watch the television, listen to the radio, write letters and emails about familiar themes. You are confident in your present performance and you can in fact participate in a Dutch-spoken environment. OnlineLingoAcademy helps you to speak and trains your skills and knowledge by a continuous dialog. You are self-confident in using Dutch and you increasingly may abstain from translating your native language into Dutch.

Because of the large quantity of texts and the necessary processing time, this B1-B2 route is divided in two steps. This is the first one.

Duration

This is a 4 weeks-course with 2 lessons of 2 hours every week. Total meetings 15 hours

The lessons in a small group are limited to 8 course members, on Monday and Friday

Nominal time-investment

At least 30 hours of studying time is recommended for rehearsing, training, conversations and general homework.

Test your level

12

B1 test

Would you like t know your current Dutch language level? Push the button below. You’ll receive feedback ( free of charge) on the result and an advisory suggestion about wich language level suits you best.

1 / 48

Maak de zin af:

                                                                                                          In dit cafe (   ).  

2 / 48

Maak de zin af:

  Bijna altijd ( ).

3 / 48

Maak de zin af:

  Misschien (  ). 

4 / 48

Maak de zin af:

Iedere zondag ( ).

5 / 48

Maak de zin af:

Jou (  ). 

6 / 48

Maak de zin af:

 Hij wilde dokter worden, toen ( ). 

7 / 48

Maak de zin af:

 We praten samen, terwijl ( ).

8 / 48

Maak de zin af:

Jij doet de deur dicht, omdat (  ).

9 / 48

Maak de zin af:

Maria komt niet naar de les, want (   ).

10 / 48

Maak de zin af:

 We praten meestal voordat (  ). 

11 / 48

Maak de zin af:

We gaan toch sporten,  hoewel (   ).  

12 / 48

Maak de zin af:

De buren kunnen ons altijd roepen, als ( ).   

13 / 48

Maak de zin af:

Je moet op tijd opstaan, zodat ( ). 

14 / 48

Maak de zin af:

De hond kwam, zodra (   ).

15 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

Zij horen van de eigenaar, (   )   de winkel is gesloten.

16 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

 De mensen weten echt wel, ( ) zij moeten zeggen.

17 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

 De winkelier zegt, ( ) de reparatie kost.

18 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

 Soms weet ik niet, ( ) hij bedoelt.

19 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

Hij vraagt ons ( ) we een afspraak hebben.

20 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

Het is onduidelijk ( )  hij dat heeft gedaan.

21 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

De docent zegt ( ) boeken we gebruiken.

22 / 48

Welke conjunctie is niet goed?

  De toerist vraagt ( ) het museum is gesloten.

23 / 48

Wens uitdrukken of beleefd spreken:

Gebruik “zullen”

Eva /graag / willen / zullen / diepzeeduiken.

24 / 48

Wens uitdrukken of beleefd spreken:

Gebruik “zullen”

U/ mij/ helpen/ zullen/ even /kunnen

25 / 48

Wens uitdrukken of beleefd spreken

Gebruik “zullen”

zullen/ wat/doen/  voor je/wij / mogen

26 / 48

Pas dit scheidbare werkwoord in de volgende zin toe

Vul in en gebruik vormen van aandoen+ de jas

Jij (   ).

27 / 48

Pas dit scheidbare werkwoord in de volgende zin toe

Vul in en gebruik vormen van aandoen+ de jas

Toen jij  ( ).

28 / 48

Pas dit scheidbare werkwoord in de volgende zin toe

Vul in en gebruik vormen van aandoen+ de jas

Jij (   ).

29 / 48

Pas dit scheidbare werkwoord in de volgende zin toe

Vul in en gebruik vormen van aandoen+ de jas

Jij wil (    ).

30 / 48

Pas dit scheidbare werkwoord in de volgende zin toe

Vul in en gebruik vormen van aandoen+ de jas

Jij staat op ( ).

31 / 48

Pas dit scheidbare werkwoord in de volgende zin toe

Vul in en gebruik vormen van aandoen+ de jas

Ik zie, dat jij ( ).

32 / 48

Pas dit scheidbare werkwoord in de volgende zin toe

Vul in en gebruik vormen van aandoen+ de jas. Maak de zin imperatief!

  

33 / 48

Vervang het dikgedrukte in de zin met 'er':

 Zij waren nog nooit in Maastricht geweest. (    ).

34 / 48

Vervang het dikgedrukte in de zin met 'er'

  Jan heeft geen spijt van zijn keuze.  (   ).

35 / 48

Vervang het dikgedrukte in de zin met 'er'

 We vertrouwen op een goede afloop. (  ).

36 / 48

Vervang het dikgedrukte in de zin met 'er'

Heeft zij veel planten?  (   ).

37 / 48

 Vervang het dikgedrukte in de zin met 'er'

Was niemand thuis? (   ).

38 / 48

Vervang het dikgedrukte in de zin met 'er'

Dat hangt af van het weer. (   ).

39 / 48

 Vervang het dikgedrukte in de zin met 'er'

We zij op deze dingen voorbereid. (  ).

40 / 48

Maak de zin af:

Dit is het werk, ( ).

41 / 48

Maak de zin af:

 Dit is de bakkerij, ( ).

42 / 48

Maak de zin af:

Het is zijn dochter, ( ).

43 / 48

Maak de zin af:

Zij zoekt een baan, ( ).

44 / 48

Maak de zin af:

 Zij zoeken een auto, ( ).

45 / 48

Maak de zin af:

De klanten kopen nieuwe boeken.  De nieuwe boeken (   ).

46 / 48

Maak de zin af:

Deze klanten hebben nieuwe boeken gekocht. (    ).

47 / 48

Maak de zin af:

 Zij kochten nieuwe boeken. (     ).

48 / 48

Maak de zin af:

 Andere lezers hadden de boeken al gekocht. (     ).

Your score is

Show More

What Will You Learn?

  • Aan alle punten van de checklist B1 voldoen, m.n. ook waarbij het gaat om specifieke, gedetailleerdere informatie en uitwisseling via schrift en spraak, in monologen en dialogen;
  • Ik kan steeds adequaat en met argumenten reageren en ben in staat nuances aan te brengen;
  • Een samenvatting te geven en formele brieven af te leveren. De moeilijkere teksten, zeker op mijn interessegebied kan ik vrij gemakkelijk lezen en de wat ingewikkeldere uitgesproken teksten begrijp ik behoorlijk goed en kan deze van mijn commentaar voorzien.
  • Ik onderscheid in informatie duidelijk humor, oordeel, klachten, ironie en ernst, actief en passief.
  • Schema’s en grafieken kan ik naar behoren vertalen in gesproken of geschreven tekst.
  • Complexere teksten vormen geen beletsel en daarbij onderscheid ik het standpunt van de auteur door argumentatie en in opbouw.
  • Telefoongesprekken vormen geen probleem, ook niet na een wat onaangename of delicate aanleiding.
  • In onverwachte situaties kan ik me redden.
  • Formele schriften vormen geen probleem.
  • Ik spreek direct en ‘vertaal’ niets meer.
  • Algemeen en gemakkelijke gebruik maken van conjuncties, adverbia, structuurwoorden van diverse pluimage.
  • De passieve vorm en toepassingen met modale werkwoorden begrijp ik goed en kan ik aanwenden, naast en in combinatie met ‘er’ en samenhangende noties als het voornaamwoordelijk bijwoord.
  • Het is me mogelijk een samenhangende tekst te maken over verschillende thema’s met meerdere argumenten en een degelijke opbouw, waar nodig in details, zodat dit het uitdragen van mijn visie ten goede komt.
  • De werkwoordtijden pas ik doorgaans goed toe en weet waarin zij in contexten van elkaar verschillen.
  • Het relatief pronomen en de bijhorende syntax dragen bij aan mijn expressie en versterken de kwaliteit van mijn teksten.
245.00
  • Teacher
    Raphael Vossen
  • Language
    Dutch

Payment :

img

Textbook not included

  • Book: “Nederlands op niveau B1-B2” - ISBN: 9 789046 904411